Gepost op

Alice Bakker – 22/1/18

Met olifantenhuid in een bubbel

Je eigen boek is als het ware je eigen kind. Zaterdag 6 mei werd dan ook met het eerste exemplaar van mijn ‘Slapen doen we morgen weer’ mijn vierde kind geboren. Wat een euforie. Wat een heerlijk gevoel. Wat een bubbel! Een nummer 1-hit in de boeken top 10. Maar waar geen mens, als hij bij je op kraamvisite is, tussen twee happen beschuit met muisjes door zegt: ‘Dit is een afschúwelijk kind!’ is men over dit vierde kind vooral heel eerlijk. Meningen worden zonder pardon de wereld in geslingerd in keiharde sterren.

Gelukkig viel het mee. De grootste kritiek – tot nu toe – is dat het boek hier en daar wat ongeloofwaardig is, wat ik stiekem een beetje als een compliment zie. Het is immers waargebeurd versus het brein van de schrijver, SDWMW is nu eenmaal niet echt gebeurd. Thank god! Het gaat over een aanslag bij een festival, dat tijdens een concert van Ariane Grande iets soortgelijks gebeurde, nog geen twee weken na verschijnen, is al erg genoeg!

Laat ik eerlijk zijn: kritiek op je kind is niet fijn. Een beetje olifantenhuid moet je dus als schrijver wel hebben. Maar zodra je weet hoe je de minder goede beoordelingen incasseert, zit je gewoon weer lekker in je bubbel. Het moment dat je eerste vijfsterrenrecensie verschijnt, loop je minstens een uur naast je schoenen. Viersterrenrecensies voelen héérlijk en van elke driesterrenrecensie raak je geenszins ondersteboven. Nee, je bent er superblij mee. Nu ben ik in de gelukkige omstandigheid dat het daarbij bleef.

En nu?

Het moedergevoel voor mijn eigen boek is zó fijn, dat wil ik nog een keer. Sterker nog: ik wil een groot gezin. Dus op naar kind vijf! Ik moet even doorpakken en hard werken, maar dan ligt in september 2018 het volgende manuscript ‘klaar’. Vanavond mijn eerste echte researchafspraak. Heb ik me dan toch wat aangetrokken van de kritiek over geloofwaardigheid? Misschien een beetje. Maar hé: het is en blijft natuurlijk wel míjn kindje!

Alice Bakker